Wachtwoord vergeten Account aanvragen

BNR-duurzaam 'Van de sloot in de wal'

BNR-duurzaam besteedde deze week aandacht aan het innovatieve KIEM-VANG-onderzoeksproject waarbij hogeschool Windesheim onderzoekt of rompen van polyester boten en afgedankte windmolenbladen kunnen worden verwerkt tot nieuwe composiet bouwproducten.

Aan het woord is Albert ten Busschen, associate lector en onderzoeker van het Lectoraat Kunststoftechnologie.
Luister het item terug. (het start vanaf minuut 21:13)

Bootjessloperij ’t Harpje heeft samen met de Nederlandse Jachtbouw Industrie (NJI) en de leverancier van watersnijmachines IWE deelgenomen aan het KIEM-VANG-onderzoeksproject. In dit onderzoek van hogeschool Windesheim is onderzocht of rompen van polyester boten en afgedankte windmolenbladen kunnen worden verwerkt tot nieuwe composiet bouwproducten. De afvalstromen 'End of Life (EoL) composietproducten', zoals afgedankte boten, rotoren en silo’s, wordt nu in Nederland geschat op 4500 ton per jaar en neemt de komende jaren toe. Deze materiaalstroom kan beter en nuttiger worden hergebruikt.




Albert ten Busschen heeft 25 jaar ervaring met composieten. Dat deze materialen tot op heden niet passen in de circulaire economie is voor de branche steeds nijpender probleem. Zijn oplossing: “Gebruik het als versterkend element in nieuwe producten.” In het KIEM-VANG-project is onderzocht op welke manier deze thermoharde vezelversterkte kunststoffen opnieuw kunnen worden ingezet. Thermohard betekent dat ze niet smelten, dus ook omsmelten is geen optie. Soms wordt het materiaal tot poeder vermalen om dan opnieuw verwerkt te worden, maar een hoogwaardig product levert dat niet meer op. De stroom EoL composietproducten zal de komende jaren groeien. Het materiaal is namelijk pas zo’n dertig tot veertig jaar in gebruik. En omdat het heel lang meegaat, duurt het nog wel even voordat het aan vervanging toe is. De studenten ontdekten op dit moment eigenlijk maar twee significante afvalbronnen: de rompen van kleine bootjes en de rotorbladen van windmolens. Die laatste zijn nog niet versleten, maar veel kleine windmolens worden inmiddels, voor een hogere energieopbrengst, vervangen door grotere exemplaren. Vervolgens is gekeken naar de mogelijkheden voor hergebruik van de jachtrompen en rotorbladen.

Niet te klein maken
De oplossing van Ten Busschen: “Maak het niet te klein. Het materiaal biedt veel stevigheid en kan dienen als versterkend element in nieuwe producten. Op die manier kun je er zware, stevige dingen mee maken die vooral van pas komen in de grond-, weg- en waterbouw.” Stempelschotten bijvoorbeeld, de platen die onder de pootjes van een kraan geplaatst worden. Deze platen moeten zwaar en drukvast zijn. Schotten voor oeverbeschoeiing is een ander voorbeeld. Studenten van Windesheim bouwen prototypen voor de verschillende projecten. Door samenwerking met het mkb en ingenieursbureaus kunnen de oeverbeschoeiingsplaten nu in grotere aantallen worden vervaardigd. De samenwerking tussen het mkb en hogeschool zorgt voor de kennisinbreng en productinnovaties. Bovendien passen composieten daarmee wel in de circulaire economie. Een win-win situatie waarbij het materiaal van oude bootjes terugkeert als oeverbeschoeiing: van de sloot in de wal!. 

 







Dit bericht afdrukken




Contact

Loire 150 – Castellum
gebouw C - Synthesium
2491 AK Den Haag

Postbus 420
2260 AK Leidschendam

Tel: 070-444 06 60
Fax: 070-444 06 61
E-mail: info@nrk.nl


Rethink: een nieuwe kijk op kunststof en rubber

          

Arbocatalogus

Bekijk de arbocatalogus

NRK 2014