Op de website van de Rabobank was afgelopen week veel aandacht voor de stijgende energieprijzen waar steeds meer bedrijven in onder meer de rubber- en kunststofindustrie mee te maken krijgen. De bank vroeg vertegenwoordigers van verschillende sectoren, waaronder directeur Harold de Graaf van de NRK, naar de gevolgen van deze stijgende energielasten. Conclusie: Als het “level playing field” te lang verstoord blijft zullen industriële bedrijven verdwijnen uit Nederland.

Verplaatsen van productie
Mondiaal stijgen de energiekosten niet overal even hard. Het is vooral het Europese continent wat hard geraakt wordt, omdat dit deel van de wereld sterk afhankelijk was van Russisch gas. In Amerika kost de energie bijvoorbeeld slechts een fractie van wat de energie in Europa kost.
Voor veel bedrijven is het hierdoor gunstig om de productie te verplaatsen naar delen van de wereld waar de energie goedkoop is. Een goed voorbeeld hiervan is het bedrijf Yara. Yara heeft productielocaties verspreid over de hele wereld, maar heeft recent aangekondigd de productielocatie in Zeeland stil te leggen. In plaats daarvan gaat deze locatie dienst doen als importlocatie en distributiepunt van kunstmest uit Amerika. Alleen bedrijven met meerdere productielocaties hebben deze mogelijkheid. De meerderheid van de bedrijven in Nederland heeft deze optie niet.
Rubber- en kunststofindustrie
Meerdere bedrijven worden nu genoodzaakt een keuze te maken. Harold de Graaf, directeur van het NRK (Nederlandse Rubber- en Kunststofindustrie), zegt hierover: “Nederlandse bedrijven uit de rubber- en kunststofindustrie concurreren vaak op een internationale markt. In veel landen zijn de energieprijzen lager of worden bedrijven al gecompenseerd. Als het “level playing field” te lang verstoord blijft voorzie ik twee effecten die beiden zeer onwenselijk zijn. Nederlandse bedrijven kunnen de concurrentie niet langer aan en verliezen klanten of Nederlandse bedrijven besluiten hun productie te verplaatsen naar het buitenland.”
Productie verminderen of stoppen
Als bedrijven de hoge kosten niet meer kunnen doorbelasten en/of hun productie niet kunnen verplaatsen naar landen met goedkopere energie, dan zit er op een gegeven moment niets anders op dan de productie te verminderen of te stoppen. Er komt namelijk een punt dat de productie verliesgevend wordt en het daarmee economisch niet rendabel is om te produceren.
Bekende voorbeelden van bedrijven die hun productie al hebben gestopt zijn: Nyrstar, Aldel en Yara. Ook hebben meerdere bakkers, drukkerijen en baksteenfabrikanten aangekondigd hun productie te verminderen. Binnen de rubber- en kunststofindustrie is ook te zien dat er steeds vaker productielijnen stilstaan.
Andere energiebronnen
Overstappen op alternatieve brandstoffen en flinke energiebesparing realiseren is niet van vandaag op morgen geregeld. Maar zeker nu er verwacht wordt dat de energieprijs nog lange tijd op een hoog niveau ligt, zijn dit wel beslissingen die genomen moeten worden. Voor veel bedrijven uit de industrie worden het spannende tijden, concludeert de Rabobank.