Na een lange periode van krimp is er in oktober eindelijk weer groei in de Nederlandse industrie. Het CBS meldt dat de totale industriële productie 1,9 procent hoger lag dan in oktober vorig jaar. Voor onze sector is het beeld nog opvallender: de rubber- en kunststofindustrie groeide met 7,8 procent. Daarmee zijn we koploper onder de grote branches.

Dat is een omslag. In 2023 en een groot deel van 2024 zagen we maand na maand dalende cijfers. Bedrijven voelden de druk van hoge kosten, afnemende vraag en onzekerheid in de markt. Pas vanaf september begon het tij voorzichtig te keren. Oktober bevestigt die trend.
De groei geeft lucht, maar de positie van de industrie in Nederland blijft onzeker. Producenten zijn in november juist iets negatiever over de vooruitzichten. Voorraden lopen op en de verwachtingen voor bedrijvigheid zijn minder positief. Het herstel is dus broos.
Toch is het goed om te zien dat rubber en kunststof zich langzaam lijkt te herstellen. Dat biedt kansen om marktaandeel te behouden en door te investeren in efficiëntere processen en recycling.
Hoe doen andere sectoren het?
Reparatie en installatie van machines (+6,7 procent) en voedingsmiddelen (+4,2 procent) groeiden ook. Chemie en transportmiddelen noteerden juist forse dalingen. De positie van de industrie in Nederland is dus nog steeds erg onzeker.

Duitsland blijft belangrijk
Onze grootste afzetmarkt, Duitsland, liet in oktober nog een lichte daling zien ten opzichte van vorig jaar, maar wel een stijging van 1,5 procent ten opzichte van september. Dat kan een signaal zijn dat de vraag in Europa langzaam aantrekt.